1. Massage en passieve oefening:
Voor vroege bedlegerige patiënten zullen hun familieleden hun verlamde ledematen masseren om spieratrofie te voorkomen, en passieve oefeningen uitvoeren zoals flexie en extensie van knieën, ellebogen en vingers om gewrichtsstijfheid te voorkomen.

2. Flexibiliteit en coördinatie:
De oefening van de bovenste ledematen is voornamelijk om de flexibiliteit en coördinatie van de twee handen te trainen, zoals haar kammen, aankleden, losknopen, gezicht wassen, enz. mate waarin je in het dagelijks leven voor jezelf kunt zorgen. Wat betreft oefeningen voor de onderste ledematen, kan de patiënt op een kruk zitten en heen en weer rollen op de bamboebuis.
3. Krachtoefening:
De patiënt zit op een kruk en doet activiteiten zoals beenheffen, knieën strekken, staan met steunen, het lichaam naar links en rechts bewegen, hurken enzovoort. Hij/zij kan ook ter plaatse gaan staan, beide benen om de beurt optillen, de rand van de tafel vasthouden om het lichaam naar links en rechts te bewegen en naar voren lopen met één hand ondersteund en de andere met krukken vast. Tijdens het sporten moet het aangedane ledemaat opzettelijk gewichtdragend zijn, maar er moet worden opgemerkt dat de hoeveelheid activiteit geleidelijk moet worden verhoogd en dat de tijd moet worden beheerst.

Tegelijkertijd kon de patiënt het bovenste lidmaat van de aangedane zijde naar voren tillen, langzaam optillen en optillen. Wanneer de patiënt op het bed ligt, kan hij/zij zijn/haar armen actief buigen, de polsen strekken en zijn/haar vingers samenbrengen, vingers spreiden en tafeltennisballen en kleine ijzeren balletjes vastpakken. Nadat de patiënt in staat was zelfstandig te lopen, kon de patiënt tijdens het lopen de benen optillen, een straddle-gang maken en geleidelijk de drempel overgaan, op de helling lopen, de trap op en af gaan en andere oefeningen doen, en geleidelijk de drempel verhogen. afstand van activiteit.
4. Dagelijkse vaardigheidstraining
Zoals het zelfstandig kunnen eten en drinken, zelf kleding aan- en uittrekken, zelfredzaamheid bij uitscheiding en plassen, een bad nemen, huishoudelijk werk doen etc. Naast sportrevalidatie dient er aandacht te zijn voor rekenen, synthese , redeneren, cognitie, psychologie, beroeps- en sociale rehabilitatie. De taalfunctietraining moet geduldig en nauwgezet woord voor woord worden geoefend. Tijdens het oefenen moet de patiënt zich concentreren op, emotionele stabiliteit behouden en langzaam spreken. Begin met eenvoudige woorden en vocabulaire. Patiënten aanmoedigen om vrijmoedig met anderen te praten, is ook een manier van taaloefening.
